det joe kant sel

De Sint zat achter zijn bureau diep na te denken,
wat hij de Friesjes eens zou kunnen schenken.
Een mooi cadeau zonder de tedere zieltjes al te zeer te krenken,
want bloedige bûtermolke kun je niet zomaar bij gaan tanken.

In hun kapitaaltje met die stumpy tower,
zingen ze voor mij ‘senk joe voor die flower’.
Met wodka echter komen zij niet verder dan ‘njet, njet, njet’,
en van de Chinezen hebben ze ook geen al te hoge pet.

Stadsfries wil er bij de Friesjes al evenmin echt goed in,
Bildts en Stellingwerfs is hen echt veel te min.
‘Inglys, pliis, Inglys pliis’,
dat is voor de Friesjes daarentegen beslist geen griis,
ze fjouweren dan om die brike tower,
het bloed bruist van de Friesche power.

Ze gieten all together de Schotse drie in een ferme polonaise,
en doen zich tegoed aan de institutionele mayonaise.
Te Deinum zagen ze nog wel even een arsipel,
maar dachten ‘det joe kant sel’.

Daarom heeft de Sint een zeer goed bruikbaar presentje uitgezocht,
hij weet bijna zeker dat de Friesjes daaraan nu al zijn verknocht.
Lit dus no mar brûze en siede dat Fryske sied,
yn it iennichst echte kennisberied.

Plantsje it by foarkar op it Aldehouster tsjerkhôf del,
dêr ommers binne de Frisians tige yn tel.

This article was written by Daam